Rutger Kopland
Inhoud
Rutger Kopland (1934–2012) was het pseudoniem van de psychiater Rutger Hendrik (Rudi) van den Hoofdakker. Hij schreef heldere, weemoedige gedichten over herinnering, verlies, de natuur en het verstrijken van de tijd. Gedichten als 'Jonge sla' en 'Een lege plek om te blijven' horen bij de meest geliefde Nederlandse poëzie van de tweede helft van de twintigste eeuw.
Leven
Van den Hoofdakker werd op 4 augustus 1934 in Goor, in Twente, geboren. Hij studeerde medicijnen in Groningen en promoveerde in 1966 op een proefschrift over slaapstoornissen bij katten. Daarna werd hij psychiater. Hij deed onderzoek naar de behandeling van depressie, onder meer met lichttherapie en het verschuiven van het slaapritme, en was van 1981 tot 1995 hoogleraar biologische psychiatrie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Als dichter debuteerde hij in 1966 met Onder het vee, hetzelfde jaar als zijn promotie. Het werk als arts en het dichterschap liepen zijn hele leven naast elkaar. Hij woonde vanaf het begin van de jaren zestig in Glimmen, bij Groningen, en zijn geliefde plek was het dal van de Drentsche Aa.
Kopland ontving onder meer de P.C. Hooft-prijs (1988) en de VSB Poëzieprijs (1998). In 2005 raakte hij betrokken bij een auto-ongeluk, waarna hij zich grotendeels uit het openbare leven terugtrok. Hij overleed op 11 juli 2012 in Glimmen.
Stijl en thema's
Kopland schreef in eenvoudige, alledaagse taal, zonder rijm of vaste vorm, maar met een grote precisie. Zijn gedichten beginnen vaak bij iets kleins en concreets: een moestuin, een hond, een oude foto, een landschap in Drenthe. Van daaruit komen grote thema's in beeld: vergankelijkheid, liefde, verlies en de vraag wat herinneringen waard zijn.
Er zit vaak een lichte ironie in zijn werk, een glimlach om de eigen weemoed. Zijn achtergrond als psychiater is merkbaar in zijn aandacht voor hoe het geheugen werkt en hoe mensen omgaan met gemis, maar zijn poëzie is nooit theoretisch. Een terugkerend motief is het zoeken naar een plek waar je even kunt zijn, zoals in de titel Een lege plek om te blijven.
Belangrijkste werken
| Titel | Jaar | Soort |
|---|---|---|
| Onder het vee | 1966 | poëzie |
| Een lege plek om te blijven | 1975 | poëzie |
| Dit uitzicht | 1982 | poëzie |
| Tot het ons loslaat | 1997 | poëzie |
| Toen ik dit zag | 2008 | poëzie |
Waarom lees je Kopland nu nog?
Kopland is een van de toegankelijkste dichters uit de recente Nederlandse literatuur. Zijn gedichten zijn kort, helder en raken vaak direct. Ze worden veel voorgelezen bij afscheid en herdenking, omdat ze gevoelens van gemis zo precies en zonder overdrijving onder woorden brengen.
Ook buiten Nederland wordt hij gelezen: zijn werk is in tal van talen vertaald, van Engels en Duits tot Arabisch en Chinees. In verschillende steden staan zijn gedichten op muren en bestrating, onder meer in Den Haag, Arnhem en Leeuwarden.
Waar begin je?
Begin met een bloemlezing of verzamelbundel en lees eerst 'Jonge sla' en 'Een lege plek om te blijven'. Daarna kun je een losse bundel lezen, zoals Dit uitzicht of Tot het ons loslaat. Lees zijn gedichten langzaam; ze lijken eenvoudig, maar bij herlezing zie je steeds meer.
Wie van Kopland houdt, vindt verwante poëzie bij M. Vasalis, die net als hij in de psychiatrie werkte en in het noorden woonde, en bij J.C. Bloem. Een heel andere, speelsere toon vind je bij zijn tijdgenoot Gerrit Komrij.
Kopland lenen in de bibliotheek
De bundels en verzamelde gedichten van Kopland zijn in veel bibliotheken te leen of te reserveren. Soms zijn digitale uitgaven als e-book beschikbaar. Over zijn P.C. Hooft-prijs en andere bekroningen lees je meer bij literaire prijzen.
Veelgestelde vragen
Wie was Rutger Kopland?
Rutger Kopland was het pseudoniem van Rutger Hendrik van den Hoofdakker (1934–2012), psychiater en hoogleraar in Groningen. Hij publiceerde vanaf 1966 poëzie.
Wat is het bekendste gedicht van Rutger Kopland?
'Jonge sla' is waarschijnlijk zijn bekendste gedicht. Ook 'Een lege plek om te blijven' wordt vaak geciteerd en voorgelezen.
Welke prijzen won Rutger Kopland?
Onder meer de P.C. Hooft-prijs in 1988 en de VSB Poëzieprijs in 1998.
Bijgewerkt: